Geschiedenis van de stad Hardenberg.
Het begin.
De huidige gemeente Hardenberg heeft een lange historie achter de rug.
Rond het jaar 1227 heeft bisschop Willebrand van Oldenburg een kasteel opgericht
als bolwerk tegen de Drenthen. Daaromheen vestigden zich langzamerhand de bewoners
van het nabijgelegen Nijenstede. Nijenstede had reeds stadsrechten. Bisschop
Jan van Arkel verlegde in 1362 de stadsrechten naar de nieuwe nederzetting die
enige jaren daarvoor was ommuurd.
Rondom de stad Hardenberg vormden zich door de jaren verschillende buurtschappen. De buurtschappen gingen behoren onder het kerspel (schoutambt) Hardenberg, Heemse en Gramsbergen, meestal kortweg Hardenberg genoemd. De functie van het kerspel eindigde in 1811 met de instelling der gemeente.
In 1811 worden Stad- en Schoutambt (met uitzondering van Gramsbergen en enkele buurtschappen) verenigd tot één gemeente. Maar reeds op 24 juni 1818 wordt als uitvloeisel van de organisatie van gemeentebesturen ten plattelande de gemeente gesplitst in de gemeenten Stad- en Schoutambt Hardenberg.
Op last van het Duitse gezag zijn de gemeenten in 1941 weer samengevoegd tot één gemeente. Tot op heden is dat zo. Bij het ter perse gaan van deze inventaris heeft de Tweede Kamer, in het kader van gemeentelijke herindeling, een plan tot samenvoeging van Hardenberg met de gemeenten Gramsbergen, Ommen en Avereest in behandeling.
1 Bron: "Oude archieven in Overijssel", ISBN 90 232 1695 4.
De jaren 1939-1941.
De economische situatie van Hardenberg was niet rooskleurig. De bevolking
in het dicht bebouwde gedeelte aan de rivier de Overijsselse Vecht bestond voornamelijk
uit handelslieden, middenstanders en "losse" arbeiders zoals metselaars en timmerlieden.
De zuid-oosthoek van de gemeente was meer agrarisch ingesteld. Onder de werkloze
bevolking heerste armoede en woningnood. Het gemeentebestuur spande zich in
om de nood te lenigen (inventarisnummers 239 en 232). Werkverschaffing was één
van die maatregelen.
De inwoners van het grensstadje Stad-Hardenberg konden in het jaar 1939 de dreiging van de Duitse oorlogsmachine dagelijks ervaren. Zo vaardigde de Minister van Binnenlandsche Zaken uit dat in alle grensgemeenten de nationale vlag horizontaal op platte daken van gebouwen aangebracht moest worden om de neutraliteit van Nederland onder de aandacht te brengen van "vreemde vliegtuigen". Om diezelfde reden moest de openbare verlichting 's nachts blijven branden en de kerktoren worden verlicht (inventarisnummer 266). Ook werden verordeningen uitgevaardigd die de bevolking moesten beletten om veranderingen aan te brengen in terreinen (inventarisnummer 268) danwel gewassen te planten die het schootsvelduitzicht van verdedigingswerken konden belemmeren (inventarisnummer 267). De grensarbeiders, die in Duitsland werkten, spraken van grote troepenconcentraties. Tevens kreeg de gemeente te maken met vluchtelingen die vanuit Duitsland in Nederland een veilig heenkomen zochten (inventarisnummer 236).
Op 10 mei 1940, even na middernacht, valt de Duitse Wehrmacht Nederland binnen. R.E. de Bruin, wethouder der gemeente en tevens waarnemend commandant van de luchtwachtpost in Hardenberg, doet in een dagboek onder meer verslag van de verhandelingen in Hardenberg die nacht (inventarisnummer 269).
Nadat de overname van het gezag in Nederland door de Duitse bezetters in mei 1940 middels een publicatie bekend wordt gemaakt (inventarisnummer 33) blijft het gemeentebestuur zitten. Burgemeester Chr.F. Bramer woont op 12 november 1940 zijn laatste vergadering in de raad, en op 19 november zijn laatste vergadering in het college van burgemeester en wethouders bij. Hij krijgt ontslag aangezegd (inventarisnummer 31). Daarna neemt de wethouder H. Hamhuis de burgemeesterspost over. De 'van Israëlitische komaf' wethouder R.E. de Bruin wordt op 27 november 1940 gedwongen op te stappen (inventarisnummer 63). Het college blijft aan, tot op last van de Duitse bezetters de gemeenten Ambt- en Stad-Hardenberg worden samengevoegd. Na 1 mei 1941 wordt een nieuw college samengesteld voor de nieuwe gemeente Hardenberg. Dit college, waarvan de samenstelling gaandeweg wisselt, vergadert gedurende de gehele bezettingsperiode.
De gemeenteraad van Stad-Hardenberg verdwijnt na de machtsovername door de Duitse bezetters niet onmiddellijk van het toneel. De raad vergadert door tot 28 april 1941, even voor de samenvoeging met Ambt-Hardenberg. Eerst op 29 oktober 1945 wordt een -tijdelijke- raad geïnstalleerd voor de nieuwe gemeente Hardenberg.
Voor de gehele bevolking wordt de identificatieplicht door middel van persoonsbewijzen van kracht (inventarisnummer 71).
Somber is het lot dat de Joodse gemeenschap treft. Ook in Stad-Hardenberg worden maatregelen afgekondigd tegen deze bevolkingsgroep (inventarisnummer 65). De echt zware tijden beginnen voor de Joden halverwege het jaar 1941.
De organisatiestructuur.
In het verkiezingsjaar 1939 worden 7 raadsleden gekozen door 1399 kiesgerechtigden
(uit 3098 inwoners). Uit en door de raad worden 2 wethouders gekozen.
Als bedoeld in art. 252 van de destijds geldende Gemeentewet is in 1922 het "Electriciteitsbedrijf der gemeente Hardenberg" ingesteld. De Vleeskeuringsdienst was de enige gemeenschappelijke regeling die de organisatie kende, samen met de gemeente Ambt-Hardenberg en Gramsbergen.
De formatie en taakverdeling is in bijlage 1 weergegeven.