Op de registers vanaf 1911 staat de datum en de naam van zij die betaalden voor
het recht van begraven.
In de laatste kolom hebben wij de personen die in dat jaar zijn overleden (volgens
de Burgerlijke Stand) zoveel mogelijk toegevoegd. Van 1911 tot 09-01-1920 betaalde
men voor het recht van begraven f. 1,50 en (indien men geen eigen graf bezat)
voor het graf f. 2,-, voor kinderen was dit f. 0.75 en f. 1,-. )
1920 :
72 (Op 09-01-1920 werden de tarieven verhoogd. Voor volwassen was dit f. 2,-
en voor een graf f. 3,-. Voor kinderen jonger dan 16 jaar werd het bedrag
op f.1,50 en f. 2,- vastgesteld.)
1923 :
25 (De nieuwe begraafplaats op de Bruchterweg werd in gebruik genomen. Alleen
zij die een eigen graf bezitten worden op het oude kerkhof begraven. Volwassenen
f. 2,- en kinderen f. 1,50)
1927 :
36 (Behalve voor het recht van begraven wordt ook betaald voor het grafdelven,
volwassen f. 3,- en kinderen f. 1,50. Voor gebruik van het laken moet men
resp. f. 1,- en f. 0,50 neertellen. De opbrengst van het grafdelven komt geheel
ten goede aan de doodgraver A. Dorman en
aan het bewaren van de lakens of kleden verdient hij f. 5,-)